ECLI:NL:CRVB:2018:814
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor renovatie gebit ondanks medische noodzaak
Appellanten vroegen bijzondere bijstand aan voor de kosten van een renovatie van het gebit van appellante, vanwege haar suikerziekte en verslechterd gebit. Het college wees de aanvraag af omdat de Zorgverzekeringswet als voorliggende voorziening geldt en niet alle kosten worden vergoed. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep voerden appellanten aan dat de kosten noodzakelijk zijn vanwege ondragelijke pijn en dat er zeer dringende redenen zijn voor bijstand. De Raad overwoog dat op grond van vaste rechtspraak de Zorgverzekeringswet een toereikende en passende voorziening is, ook als niet alle kosten worden vergoed. De medische noodzaak en gedeeltelijke vergoeding door de aanvullende verzekering vormen geen hiaat.
Verder oordeelde de Raad dat zeer dringende redenen slechts bij acute noodsituaties gelden, wat hier niet is aangetoond. De enkele pijnklachten zijn onvoldoende om bijzondere bijstand toe te kennen. Het hoger beroep wordt daarom afgewezen en het verzoek om schadevergoeding wordt eveneens afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de aanvraag bijzondere bijstand blijft geweigerd.