ECLI:NL:CRVB:2018:782
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en ongegrond verklaring beroep bij buitenbehandelingstelling bijstandsaanvraag
Verzoekster diende op 22 juni 2017 een aanvraag om bijstand in bij het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam. Het college stelde de aanvraag buiten behandeling omdat verzoekster niet alle gevraagde financiële documenten, waaronder bankafschriften en een verklaring van de hoofdbewoner, binnen de gestelde hersteltermijn had overgelegd.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze buitenbehandelingstelling ongegrond en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af. Verzoekster stelde in hoger beroep dat zij ten onrechte niet de gelegenheid had gekregen om gronden van beroep in te dienen en dat zij niet tijdig kon beschikken over de verklaring van de hoofdbewoner.
De Centrale Raad van Beroep vernietigde de uitspraak van de rechtbank omdat verzoekster nog niet de gelegenheid had gehad haar beroepsgronden in te dienen. De Raad oordeelde echter dat het college terecht de aanvraag buiten behandeling had gesteld vanwege het ontbreken van essentiële bankafschriften, terwijl het ontbreken van de verklaring van de hoofdbewoner niet aan de buitenbehandelingstelling ten grondslag kon worden gelegd.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen. Het college werd veroordeeld in de proceskosten van verzoekster in hoger beroep.
Uitkomst: Het beroep van verzoekster wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.