ECLI:NL:CRVB:2018:761
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vaststelling ontbreken duurzame band ingezetenschap voor kinderbijslag
Appellante, met de Surinaamse nationaliteit, woonde in 2011 zes maanden in Nederland en verhuisde daarna naar België waar haar zoon werd geboren. Na erkenning door de Nederlandse vader verkreeg de zoon de Nederlandse nationaliteit. In augustus 2013 verhuisden appellante en haar zoon naar Nederland, waar kinderbijslag werd toegekend. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) wees later de aanvraag voor kinderbijslag af wegens ontbreken van rechtmatig verblijf en ingezetenschap.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellante hoger beroep instelde. Tijdens de procedure werd een prejudiciële vraag aan het Hof van Justitie gesteld, dat in 2017 het arrest Chavez Vilchez uitbracht. De Svb herbeoordeelde de zaak, erkende het EU-verblijfsrecht, maar handhaafde de weigering van kinderbijslag wegens het ontbreken van een duurzame band van persoonlijke aard met Nederland.
De Raad oordeelt dat appellante geen recht heeft op kinderbijslag over de betreffende kwartalen omdat zij toen geen duurzaam tot haar beschikking staande woonruimte had en de verblijfsduur te kort was om ingezetenschap aan te nemen. De stelling dat zij door de overheid werd belemmerd om een duurzame band op te bouwen, wordt verworpen. Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens strijd met het motiveringsbeginsel, maar de rechtsgevolgen blijven in stand. De Svb wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot weigering van kinderbijslag wordt vernietigd, met instandhouding van de rechtsgevolgen.