ECLI:NL:CRVB:2018:743
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening persoonsgebonden budget met gewenningsperiode
Appellante ontving op grond van de Wmo 2015 een pgb voor begeleiding in de klasse 'midden', aanvankelijk toegekend op €1.760,- per vier weken voor de periode van 6 augustus 2015 tot 6 augustus 2017. Het college herzag dit bedrag op 6 oktober 2015 terug naar €1.012,15 per vier weken, met terugwerkende kracht vanaf 6 augustus 2015. Appellante maakte bezwaar tegen deze herziening.
Het college verklaarde het bezwaar gedeeltelijk gegrond en handhaafde het hogere pgb tot 1 juli 2016, waarna het werd verlaagd naar €1.012,50. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep voerde appellante dat het college het rechtszekerheids-, vertrouwens- en zorgvuldigheidsbeginsel had geschonden door onvoldoende communicatie en fouten, waardoor zij onvoorbereid was op de pgb-wijziging.
De Raad oordeelde dat het college bevoegd was de fout te herstellen en dat het besluit niet in strijd was met rechtsbeginselen. De gewenningsperiode tot 1 juli 2016 bood appellante voldoende gelegenheid om haar zorgovereenkomst aan te passen. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde wegens het ontbreken van ondubbelzinnige toezeggingen. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van het pgb met ingang van 1 juli 2016 en wijst het hoger beroep af.