ECLI:NL:CRVB:2018:711
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag gehandicaptenparkeerkaart passagier wegens onvoldoende medische onderbouwing
Appellant heeft een aanvraag ingediend voor een gehandicaptenparkeerkaart voor een passagier, welke door het algemeen bestuur van de bestuurscommissie van stadsdeel Oost te Amsterdam is afgewezen op basis van medische adviezen van de GGD. Na bezwaar en een aanvullend medisch advies bleef het algemeen bestuur bij haar standpunt dat appellant niet voldoet aan de voorwaarden van de Regeling gehandicaptenparkeerkaart.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat de medische adviezen zorgvuldig waren en geen aanleiding boden tot twijfel aan de juistheid of volledigheid. Appellant stelde in hoger beroep dat zijn medische problematiek was onderschat of onvoldoende onderzocht.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de medische adviezen van de GGD zorgvuldig tot stand zijn gekomen, waarbij onder meer het looppatroon en medische informatie zijn betrokken. Er is geen sprake van een loopbeperking van minder dan 100 meter, noch van aantoonbare ernstige beperkingen anders dan een loopbeperking. Ook een psychische stoornis is niet geobjectiveerd.
Daarom komt appellant niet in aanmerking voor een gehandicaptenparkeerkaart voor een passagier. Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de gehandicaptenparkeerkaart bevestigd.