ECLI:NL:CRVB:2018:662
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor eigen risico orthopedische schoenen
Appellante heeft op 1 december 2015 orthopedische schoenen aangeschaft waarvoor een eigen risico van €140,50 in rekening werd gebracht. Zij vroeg bijzondere bijstand aan op grond van de Participatiewet voor deze kosten. Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht wees dit af omdat de Zorgverzekeringswet als passende en toereikende voorliggende voorziening geldt en er geen sprake was van een acute noodsituatie.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit in hoger beroep. De Raad oordeelde dat de Zvw inderdaad een passende voorliggende voorziening is en dat de door appellante aangevoerde omstandigheden onvoldoende waren om te spreken van zeer dringende redenen zoals bedoeld in artikel 16 van Pro de Participatiewet.
Verder werd meegewogen dat appellante de schoenen al sinds december 2015 in bezit had en dat deze reeds betaald waren door haar bewindvoerder vóór de aanvraag van bijzondere bijstand. Ook was er geen sprake van buitenwettelijk begunstigend beleid dat aanspraak op bijzondere bijstand zou rechtvaardigen. Het hoger beroep werd daarom afgewezen zonder toewijzing van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van bijzondere bijstand wordt bevestigd.