ECLI:NL:CRVB:2018:661
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijstandsaanvraag wegens onduidelijke financiële situatie
Appellanten hadden bijstand aangevraagd bij de gemeente na verhuizing, waarbij een voorschot werd verstrekt. Het dagelijks bestuur wees de aanvraag af omdat appellanten onvoldoende inzicht verschaften in hun financiële situatie, met name over stortingen op hun bankrekeningen. Tevens werd het voorschot teruggevorderd.
De rechtbank verklaarde de beroepen tegen deze besluiten ongegrond, omdat appellanten niet aannemelijk hadden gemaakt dat een lening van €3.500,- van de zus van appellant daadwerkelijk bestond en niet konden verklaren waarom een bedrag van bijna €700,- onverklaard bleef. Ook de contante geldstromen werden niet voldoende onderbouwd.
In hoger beroep herhaalden appellanten hun bezwaren, maar de Raad concludeerde dat de rechtbank gemotiveerd had geoordeeld en dat appellanten geen verklaring hadden gegeven voor diverse stortingen in 2016. De terugvordering van het voorschot werd niet betwist. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De afwijzing van de bijstandsaanvraag en de terugvordering van het voorschot worden bevestigd.