ECLI:NL:CRVB:2018:533
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij beëindiging bijstand en buitenbehandelingstelling aanvraag
Verzoeker had bijstand ontvangen die door het college van burgemeester en wethouders van Haarlem werd beëindigd. Vervolgens vroeg hij bijstand aan op grond van de Participatiewet, maar zijn aanvraag werd buiten behandeling gesteld wegens het niet tijdig aanleveren van gevraagde documenten.
De voorzieningenrechter van de rechtbank schortte dit besluit tijdelijk op en beval het verstrekken van voorschotten. Het college verleende een maand lang voorschotten, maar verklaarde later het bezwaar van verzoeker ongegrond. De rechtbank bevestigde dit besluit, waarna verzoeker hoger beroep instelde en een voorlopige voorziening vroeg.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat verzoeker geen gebruik heeft gemaakt van de door het college geboden regeling om bijstand toe te kennen en ook geen nieuwe aanvraag heeft ingediend, terwijl alle benodigde gegevens bekend waren. Hierdoor heeft verzoeker zichzelf in financiële nood gebracht, maar dit rechtvaardigt geen voorlopige voorziening zolang niet juridisch is vastgesteld dat het college onrechtmatig heeft gehandeld.
Daarom wordt het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat verzoeker geen spoedeisend belang heeft aangetoond.