ECLI:NL:CRVB:2018:510
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- A. Stehouwer
- Rechtspraak.nl
Verzet ongegrond wegens niet betaling griffierecht en afwijzing vrijstelling
Appellanten hebben hoger beroep ingesteld tegen uitspraken van de rechtbank Midden-Nederland, maar deze zijn niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van het griffierecht. Appellanten deden verzet tegen deze niet-ontvankelijkverklaring en voerden aan dat zij in betalingsonmacht verkeerden en daarom vrijstelling van het griffierecht hadden moeten krijgen.
De Raad overwoog dat toegang tot de rechter een fundamenteel recht is en dat bij onvoldoende financiële draagkracht vrijstelling van griffierecht mogelijk is. Hiervoor moeten appellanten aannemelijk maken dat hun netto-inkomen minder is dan 90% van de bijstandsnorm voor een alleenstaande en dat zij geen vermogen hebben om het griffierecht te betalen.
Uit de gegevens bleek dat appellanten een bijstandsuitkering ontvingen voor gehuwden van € 1.333,78 per maand, waardoor zij niet aan de criteria voor betalingsonmacht voldeden. Verder is vastgesteld dat het griffierecht geen beslag op inkomen legt, zodat appellanten de bescherming van de beslagvrije voet niet kunnen inroepen.
De Raad concludeerde dat appellanten geen feiten of omstandigheden hadden aangevoerd die het verzuim konden rechtvaardigen en verklaarde het verzet ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard omdat appellanten het griffierecht niet betaalden en niet voldoen aan de criteria voor vrijstelling.