ECLI:NL:CRVB:2018:509
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J. Kraan
- A. Beuker-Tilstra
- H.A.A.G. Vermeulen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling non-actiefstelling en ontslagambtenaar wegens plichtsverzuim
Appellant, sinds 2006 werkzaam bij een overheidsdienst, werd op non-actief gesteld wegens verdenkingen van ernstig plichtsverzuim, waaronder het zonder toestemming meenemen en verkopen van organisatiegoederen. Camerabeelden en onderzoek bevestigden deze verdenkingen, ondanks vrijspraak in strafrechtelijke zin voor diefstal.
Het college verlengde de non-actiefstelling en hield een derde van het salaris in, met het voornemen tot onvoorwaardelijk ontslag. De rechtbank vernietigde het besluit omtrent contact- en toegangsverboden, maar de Raad oordeelt dat er voldoende gronden waren voor de non-actiefstelling en inhouding van salaris.
De Raad verklaart het beroep tegen de contact- en toegangsverboden niet-ontvankelijk omdat deze niet in bezwaar waren bestreden. Het incidenteel hoger beroep van het college slaagt, en de veroordeling in proceskosten wordt vernietigd. Het beroep van appellant wordt voor het overige afgewezen.
De uitspraak bevestigt dat concrete verdenkingen van ernstig plichtsverzuim voldoende zijn voor ordemaatregelen en dat het college voldoende gronden had voor het ontslagvoornemen en de salarisinhouding. De Raad benadrukt dat de beoordeling van het ontslagvoornemen niet afhangt van strafrechtelijke veroordeling.
Deze uitspraak geeft inzicht in de toepassing van de CAO Nederlandse Universiteiten en bestuursrechtelijke toetsing van disciplinaire maatregelen binnen de ambtenarenrechtelijke context.
Uitkomst: De non-actiefstelling en salarisinhouding worden bevestigd, het beroep tegen contact- en toegangsverboden wordt niet-ontvankelijk verklaard.