ECLI:NL:CRVB:2018:5
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering vrijstelling sollicitatieplicht wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant ontvangt sinds 2010 bijstand en werd door het college vrijgesteld van de sollicitatieplicht tot 15 april 2017. Appellant maakte bezwaar tegen deze beslissing en stelde dat hij volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is. Het college liet een medisch advies opstellen door een adviserend arts, die concludeerde dat appellant momenteel niet arbeidsgeschikt is, maar dat verbetering mogelijk is en dat er geen sprake is van volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid zoals bedoeld in de WIA.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het besluit ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat de rechtbank onvoldoende rekening hield met de lange duur van zijn arbeidsongeschiktheid en het ontbreken van uitzicht op verbetering. De Raad beoordeelde het medisch advies als zorgvuldig en gebaseerd op eigen onderzoek en beschikbare medische informatie.
De Raad oordeelde dat appellant geen volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid heeft zoals bedoeld in artikel 4 van Pro de WIA, waardoor de sollicitatieplicht op hem van toepassing blijft. De tijdelijke vrijstelling op grond van dringende redenen is terecht verleend. Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant niet volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is en de sollicitatieplicht van toepassing blijft.