ECLI:NL:CRVB:2018:479
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vergoeding proceskosten na intrekking hoger beroep wegens tegemoetkoming UWV
Appellante stelde hoger beroep in tegen een beslissing van het UWV. Tijdens de procedure nam het UWV een gewijzigde beslissing op bezwaar die geheel tegemoetkwam aan de bezwaren van appellante. Hierdoor trok appellante het hoger beroep in en verzocht de Raad het UWV te veroordelen in de proceskosten.
De Raad stelde vast dat op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) het bestuursorgaan bij intrekking van het beroep wegens tegemoetkoming aan de indiener van het beroepschrift op verzoek in de kosten kan worden veroordeeld. Deze regeling is overeenkomstig van toepassing op hoger beroep volgens artikel 8:108 Awb Pro.
De Raad veroordeelde het UWV tot vergoeding van de proceskosten van appellante, begroot op € 1.753,50. Een integrale vergoeding van alle door appellante gemaakte kosten werd afgewezen vanwege het forfaitaire stelsel dat het Besluit proceskosten bestuursrecht hanteert. Kosten zoals eigen bijdragen komen niet voor vergoeding in aanmerking.
De uitspraak werd gedaan door M.C. Bruning, in aanwezigheid van griffier N.L. Kuipers, op 21 februari 2018.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van € 1.753,50 aan proceskosten aan appellante.