ECLI:NL:CRVB:2018:450
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Rectificatie uitspraak Centrale Raad van Beroep over termijnoverschrijding en schadevergoeding
De Centrale Raad van Beroep heeft op 15 februari 2018 een rectificatie uitgesproken van haar eerdere uitspraak van 15 juni 2017. De rectificatie betreft een kennelijke fout in de vaststelling van de termijnoverschrijding in de procedure tussen appellant en de Minister van Defensie.
De Raad heeft vastgesteld dat vanaf de ontvangst van het bezwaarschrift op 2 maart 2010 tot de uitspraak zeven jaar en ruim drie maanden zijn verstreken. Omdat de zaak niet als complex werd aangemerkt en er geen bijzondere omstandigheden waren, is de overschrijding van ruim drie jaar volledig toe te rekenen aan de minister. Er is geen aanleiding om aan te nemen dat er geen spanning en frustratie is geweest die immateriële schade veroorzaakt.
De immateriële schadevergoeding wordt vastgesteld op zeven keer €500, totaal €3.500. Aangezien de minister reeds €3.000 heeft betaald, resteert een bedrag van €500 dat nog moet worden voldaan. Daarnaast wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten. De rectificatie leidt tot een verbeterde uitspraak die op rechtspraak.nl wordt gepubliceerd.
Uitkomst: De minister van Defensie moet een aanvullende immateriële schadevergoeding van €500 betalen wegens termijnoverschrijding.