ECLI:NL:CRVB:2018:448
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag op grond van de Algemene Oorlogsongevallenregeling wegens ontbreken verband medische klachten
Appellante diende een aanvraag in op grond van de Algemene Oorlogsongevallenregeling (AOR), welke door de Pensioen- en Uitkeringsraad werd afgewezen omdat geen verband werd vastgesteld tussen haar medische klachten en de AOR-omstandigheden. Na bezwaar verklaarde verweerder dat appellante wel in AOR-omstandigheden verkeerde, namelijk het verblijf in het KIS-kampement te Makassar tijdens onlusten in 1950, maar handhaafde de afwijzing vanwege het ontbreken van een medisch causaal verband.
Appellante voerde in beroep aan dat haar psychische klachten wel degelijk voortvloeiden uit de oorlogsomstandigheden, onderbouwd met een rapport van arts Laatsch, en stelde dat de medische advisering ondeugdelijk was omdat geen gegevens van haar huisarts waren opgevraagd. De Raad oordeelde dat het advies van arts Maas, die appellante persoonlijk had gesproken, deugdelijk en gemotiveerd was en dat het rapport van Laatsch onvoldoende aanleiding gaf om daarvan af te wijken. De Raad concludeerde dat appellante als baby geen eigen herinneringen had aan de gebeurtenissen, waardoor PTSS-kenmerken niet aannemelijk zijn.
Hoewel het niet raadplegen van de behandelende sector een gebrek in de voorbereiding vormde, was dit niet van wezenlijke invloed op de besluitvorming omdat de lichamelijke klachten niet aan de oorlogssituatie gerelateerd zijn en appellante geen behandeling voor psychische klachten had gehad. Het beroep werd ongegrond verklaard. Tevens werd het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn afgewezen omdat de procedure binnen de wettelijke termijn was afgerond.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de AOR-aanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wegens termijnoverschrijding wordt afgewezen.