ECLI:NL:CRVB:2018:441
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing bijstandsaanvraag wegens onvoldoende feitelijke grondslag gezamenlijke huishouding
Appellante vroeg bijstand aan op grond van de Participatiewet en gaf aan bij een kennis te wonen zonder huur te betalen. Het college voerde twijfel over de gezamenlijke huishouding en wees de aanvraag af wegens onvoldoende informatie. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep stelde appellante dat zij voldoende had meegewerkt en verwees naar de uitwijkjurisprudentie die het college niet mocht toepassen als het recht niet vast te stellen is.
De Raad oordeelde dat het college weliswaar twijfelde over de woonsituatie, maar niet kon vaststellen dat sprake was van een gezamenlijke huishouding. Het college had ten onrechte de uitwijkjurisprudentie toegepast en de aanvraag afgewezen. Appellante had medewerking verleend aan het huisbezoek en voldoende informatie verstrekt. Het college had nader onderzoek moeten doen als de verklaringen onvoldoende waren.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat aan appellante met ingang van 15 juni 2015 bijstand wordt toegekend. Ook het latere afwijzingsbesluit werd herroepen. Het college werd veroordeeld in de proceskosten en het betaalde griffierecht werd vergoed.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de bijstandsaanvraag wordt vernietigd en bijstand wordt toegekend vanaf 15 juni 2015.