Uitspraak
17.3989 WAO
20 april 2017, 16/6816 (aangevallen uitspraak)
Centrale Raad van Beroep
Appellant verzocht het UWV om een WAO-uitkering, maar dit verzoek werd afgewezen omdat appellant niet onafgebroken 52 weken arbeidsongeschikt was geweest. Appellant maakte bezwaar tegen deze afwijzing, maar het bezwaar werd ongegrond verklaard. Vervolgens stelde appellant beroep in bij de rechtbank, maar diende de beroepsgronden te laat in, zonder verzoek om uitstel of geldige reden. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk.
In hoger beroep voerde appellant aan dat het UWV geen juist besluit had genomen en dat er geen contact was geweest met zijn werkgever, die hem zou verzekeren. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat appellant geen nieuwe beroepsgronden had aangevoerd die gericht waren tegen de niet-ontvankelijkverklaring en onderschreef het oordeel van de rechtbank.
De Raad bevestigde de niet-ontvankelijkverklaring en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door A.I. van der Kris op 14 februari 2018.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep wordt bevestigd.