ECLI:NL:CRVB:2018:4300
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstandsuitkering wegens niet gemelde werkzaamheden bij pizzeria
Appellant ontving bijstand en meldde een beperkt aantal gewerkte uren bij een pizzeria. Naar aanleiding van een schriftelijke melding voerde een sociaal rechercheur een onderzoek uit waarbij werd vastgesteld dat appellant vaker en op andere tijden werkte dan opgegeven. Tijdens meerdere waarnemingen werd appellant actief aan het werk gezien, onder meer achter de toonbank en met schoonmaakwerkzaamheden.
Het college van burgemeester en wethouders trok de bijstand met ingang van 1 oktober 2015 in wegens het schenden van de inlichtingenplicht. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond, stellende dat de onderzoeksgegevens aantonen dat appellant daadwerkelijk werkzaamheden verrichtte en dat zijn verklaring dat hij alleen koffie kwam drinken niet aannemelijk is.
In hoger beroep voerde appellant geen nieuwe gronden aan die het oordeel van de rechtbank konden weerleggen. De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom het bestreden besluit en wees het verzoek om schadevergoeding af. Tevens werd vastgesteld dat onvoldoende gegevens waren verstrekt om de omvang van de werkzaamheden en mogelijke inkomsten vast te stellen, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wordt bevestigd vanwege niet gemelde werkzaamheden en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.