ECLI:NL:CRVB:2018:4284
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geschiktheid voor eigen werk ondanks psychische klachten in Ziektewetzaak
Appellante was werkzaam als productiemedewerker en meldde zich ziek met psychische klachten. Het UWV stelde op basis van medische rapporten vast dat zij per 1 december 2014 geschikt was voor haar eigen werk en beëindigde het recht op ziekengeld. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarna zij hoger beroep instelde.
In hoger beroep stelde appellante dat de medische beoordeling onvoldoende rekening hield met haar situatie en verwees naar eerdere rapporten waarin zij nog arbeidsongeschikt werd geacht. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het centrale punt was of appellante terecht als geschikt werd beschouwd per 1 december 2014, waarbij eerdere beoordelingen minder relevant waren.
De Raad vond dat de verzekeringsartsen zorgvuldig onderzoek hadden verricht, inclusief dossierstudie, spreekuurbezoeken en het betrekken van informatie van haar behandelaar. De medische bevindingen gaven onvoldoende aanleiding om appellante ongeschikt te achten. Het hoger beroep faalde en de aangevallen uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.