ECLI:NL:CRVB:2018:4273
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzet gegrond wegens tijdige aanvraag bijzondere bijstand voor griffierecht
Appellante had het griffierecht niet binnen de gestelde termijn betaald, waardoor haar hoger beroep niet-ontvankelijk werd verklaard. In het verzet is echter gebleken dat zij, na afwijzing van haar verzoek om vrijstelling van het griffierecht binnen de betalingstermijn, tijdig bijzondere bijstand heeft aangevraagd bij de gemeente Meierijstad.
Het college van burgemeester en wethouders van Meierijstad heeft deze aanvraag op 27 juni 2018 gehonoreerd en het bedrag overgemaakt op het rekeningnummer van appellante. Direct na ontvangst van deze bijzondere bijstand heeft appellante het griffierecht voldaan, dat op 2 juli 2018 werd ontvangen.
Onder deze omstandigheden oordeelt de Raad dat appellante niet in verzuim is geweest. Het verzet wordt daarom gegrond verklaard, de eerdere niet-ontvankelijkverklaring vervalt en het onderzoek wordt voortgezet zoals het was. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard en het hoger beroep wordt ontvankelijk verklaard.