ECLI:NL:CRVB:2018:4241
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om herziening wegens ontbreken nieuw feit of omstandigheid
Verzoeker heeft een verzoek om herziening ingediend tegen een eerdere uitspraak van de Raad van 16 maart 2017, waarin zijn verzet tegen een uitspraak van 16 september 2016 ongegrond werd verklaard. De eerdere uitspraak betrof de niet-ontvankelijkheid van zijn hoger beroep wegens het niet tijdig betalen van griffierecht.
Tijdens de zitting van 13 november 2018 waren partijen niet aanwezig. De Raad overwoog dat herziening slechts mogelijk is op grond van feiten of omstandigheden die vóór de oorspronkelijke uitspraak hebben plaatsgevonden, maar niet bekend waren en redelijkerwijs ook niet bekend konden zijn bij de indiener, en die tot een andere uitspraak hadden kunnen leiden.
Verzoeker gaf aan bereid te zijn het griffierecht alsnog te voldoen, maar dit vormt geen nieuw feit of omstandigheid in de zin van art. 8:119 Awb Pro. De Raad bevestigde haar vaste rechtspraak dat herziening niet bedoeld is voor een hernieuwde discussie over de zaak of de juistheid van de uitspraak.
Daarom werd het verzoek om herziening afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om herziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van een nieuw feit of nieuwe omstandigheid.