ECLI:NL:CRVB:2018:4177
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek militair invaliditeitspensioen wegens ontbreken oorzakelijk verband
Appellant, voormalig dienstplichtig militair bij de Koninklijke Landmacht in 1979-1980, verzocht om toekenning van een militair invaliditeitspensioen wegens schouder- en voetklachten. Na een verzekeringsgeneeskundig onderzoek concludeerden verzekeringsartsen dat er geen oorzakelijk verband was tussen de klachten en de militaire dienst. De staatssecretaris wees het verzoek af en verklaarde het bezwaar ongegrond.
De rechtbank bevestigde dit besluit en oordeelde dat de klachten niet aannemelijk verband houden met de militaire dienst, mede omdat appellant geen medische gegevens overlegd die de conclusies van de verzekeringsartsen tegenspreken. Appellant stelde in hoger beroep dezelfde gronden aan, maar de Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank.
De Raad benadrukte dat alleen de schouder- en voetklachten in behandeling waren, aangezien andere klachten niet in de aanvraag waren genoemd. Ook werd meegewogen dat appellant pas na meer dan twintig jaar na militaire dienst klachten meldde en daarna zwaar lichamelijk werk verrichtte. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het verzoek om toekenning van een militair invaliditeitspensioen wordt afgewezen wegens ontbreken van oorzakelijk verband met de militaire dienst.