ECLI:NL:CRVB:2018:4175
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen extra bijstand bij huurinkomsten uit verhuurde koopwoning ondanks bijzondere omstandigheden
Appellant verhuisde in juli 2016 van een koopwoning naar een huurwoning en verhuurde zijn koopwoning vanaf september 2016 tegen een maandelijkse huurprijs. Het college bracht de huurinkomsten in mindering op de bijstand, wat door de rechtbank werd bevestigd. De rechtbank oordeelde dat de huurinkomsten als middelen gelden waarover appellant vrij kon beschikken, ondanks de verplichting tot betaling van hypotheeklasten.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij vanwege zeer bijzondere omstandigheden, zoals mantelzorg en lastenverlichting, recht had op extra bijstand ter compensatie van de huurinkomstenvermindering. De Centrale Raad van Beroep verwierp dit beroep, stellende dat de omstandigheden voortvloeiden uit eigen keuze en dat het college niet verplicht was de bijstand hierop aan te passen.
Ook het argument dat een andere gemeente in een vergelijkbare situatie anders besliste, leidde niet tot een andere uitkomst. De Raad benadrukte de beleidsvrijheid van gemeenten bij de uitvoering van de Participatiewet. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Hoger beroep wordt ongegrond verklaard en huurinkomsten blijven in mindering op de bijstand zonder extra toeslag wegens bijzondere omstandigheden.