ECLI:NL:CRVB:2018:4143
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens onduidelijke financiële situatie na hennepkwekerij
Appellante had bij het college van burgemeester en wethouders van Ede bijstand aangevraagd. Zij meldde op 25 mei 2016 dat zij samenwoonde met haar partner, die eerder bijstand ontving in een andere gemeente. Deze bijstand was beëindigd vanwege het aantreffen van een hennepkwekerij in zijn woning in maart 2015. Appellante en haar partner overlegden niet alle gevraagde gegevens, waaronder een verklaring over het levensonderhoud van haar partner na beëindiging van diens bijstand.
Het college trok daarom bij besluit van 18 augustus 2016, gehandhaafd bij besluit van 16 januari 2017, de bijstand van appellante met ingang van 25 mei 2016 in, omdat het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. Na een nieuwe aanvraag kende het college bijstand toe vanaf 2 september 2016, de datum van de melding. De rechtbank verklaarde de beroepen tegen beide besluiten ongegrond, waarbij werd overwogen dat appellante voldoende gelegenheid had gehad om de gevraagde gegevens te verstrekken en dat geen bijzondere omstandigheden bestonden om de bijstand eerder toe te kennen.
In hoger beroep herhaalde appellante haar eerdere gronden, maar de Centrale Raad van Beroep vond geen aanleiding om het oordeel van de rechtbank te wijzigen. De Raad benadrukte dat het missen van drie maanden bijstand en de daaruit voortvloeiende financiële problemen niet betekenen dat het college onzorgvuldig heeft gehandeld. Het college had het sociaal team en een tolk ingeschakeld en voldoende gelegenheid geboden om stukken te overleggen. Ook het doelmatigheidsbeginsel verplicht niet tot verstrekking van bijstand als het recht daarop ontbreekt.
De Raad bevestigde daarom de bestreden besluiten en wees het hoger beroep af. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van bijstand wegens onvoldoende gegevens over de financiële situatie van de partner en wijst het hoger beroep af.