ECLI:NL:CRVB:2018:4017
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging zorgvuldig medisch onderzoek en afwijzing hoger beroep WIA-uitkering
Appellante, voormalig productiemedewerkster, meldde zich in 2011 ziek met psychische klachten en ontving een WIA-uitkering. Na een herbeoordeling in 2015 stelde het UWV vast dat haar arbeidsongeschiktheid was gedaald tot 4,25%, waarna haar uitkering werd beëindigd. Appellante maakte bezwaar en stelde dat haar beperkingen ernstiger waren dan door het UWV vastgesteld, onderbouwd met medische rapporten.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en vond het medisch onderzoek van het UWV zorgvuldig en de medische beoordeling betrouwbaar. In hoger beroep herhaalde appellante haar standpunt, maar de Centrale Raad van Beroep volgde de rechtbank en het UWV. De Raad oordeelde dat de medische beperkingen adequaat waren vastgesteld en dat appellante in staat was de geselecteerde functies te vervullen.
De Raad benadrukte dat de psychische kwetsbaarheid van appellante afhankelijk is van externe factoren en dat zij in een relatief rustige periode verkeerde tijdens het onderzoek. Ook de heupdysplasie werd als licht beoordeeld. De Raad bevestigde het bestreden besluit en wees appellante erop dat zij bij toename van beperkingen een nieuwe melding kan doen. De proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit van het UWV tot beëindiging van de WIA-uitkering wordt bevestigd.