Uitspraak
16 2410 WIA
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade in de vorm van wettelijke rente af.
Centrale Raad van Beroep
Appellante, werkzaam als productiemedewerkster, meldde zich ziek en ontving een Ziektewetuitkering. Het UWV besloot haar geen WIA-uitkering toe te kennen omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was. Het bezwaar en het beroep van appellante werden ongegrond verklaard door de rechtbank en later door de Centrale Raad van Beroep bevestigd.
De medische beoordeling door verzekeringsarts B&B werd als zorgvuldig en goed gemotiveerd beoordeeld. Appellante voerde aan dat de onderzoeken niet voldeden aan de eisen en dat haar beperkingen onjuist waren vastgesteld, mede gesteund door rapporten van een bedrijfsarts en een arbeidsdeskundige. Deze rapporten werden niet als voldoende zwaarwegend erkend, mede omdat de bedrijfsarts geen eigen lichamelijk onderzoek had verricht en de arbeidsdeskundige geen arts was.
De Raad vond geen aanleiding om een onafhankelijke deskundige te benoemen en oordeelde dat de arbeidskundige beoordeling van de geschiktheid van functies passend was. Het verzoek om vergoeding van wettelijke rente werd afgewezen. De uitspraak bevestigt dat de medische en arbeidskundige onderbouwing van het UWV-besluit standhoudt.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om vergoeding van wettelijke rente afgewezen.