Uitspraak
16.5574 WIA
OVERWEGINGEN
BESLISSING
bevestigt de aangevallen uitspraak;
Centrale Raad van Beroep
Appellante was sinds 2007 arbeidsongeschikt verklaard en ontving een WIA-uitkering. In 2014 vond een herbeoordeling plaats waarbij medische expertises van een neuroloog en psychiater werden ingezet. Het UWV stelde vast dat appellante minder dan 35% arbeidsongeschikt was en beëindigde de uitkering per 13 mei 2015.
Appellante maakte bezwaar en beroep tegen dit besluit en voerde aan dat haar beperkingen groter waren dan aangenomen, met name op persoonlijk en sociaal functioneren en werktijden. De verzekeringsarts bezwaar en beroep nam enkele extra beperkingen aan, maar concludeerde dat er geen reden was voor een urenbeperking. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de functieselectie passend.
In hoger beroep handhaafde appellante haar standpunt, maar de Centrale Raad van Beroep volgde de rechtbank en het UWV. Het medisch onderzoek was zorgvuldig, de beperkingen waren goed gemotiveerd en de geschiktheid voor de geselecteerde functies was inzichtelijk. De nieuwe beroepsgrond van appellante werd als te laat afgewezen. Het verzoek tot schadevergoeding werd eveneens afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot beëindiging van de WIA-uitkering bevestigd.