ECLI:NL:CRVB:2018:40
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vergoeding verblijf verpleegafdeling wegens niet-medische noodzaak
Appellant, geboren in 1944 en uitkeringsgerechtigde op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945, heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van zijn aanvraag tot vergoeding van kosten voor een verblijf van 13 dagen op een verpleegafdeling van een bejaardencentrum.
De opname volgde op een operatie vanwege teelbalkanker en een daaropvolgende wondinfectie, waarbij appellant zich op advies van zijn psychotherapeut in het bejaardencentrum liet opnemen omdat hij door relatieproblemen niet naar huis durfde. De Raad oordeelt dat de opname niet gericht was op de nerveuze klachten, maar op wondverzorging, waardoor de vergoeding terecht is geweigerd.
De Raad bevestigt dat de teelbalkanker niet in verband staat met de vervolging en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvraag tot vergoeding van verblijfskosten wordt afgewezen.