ECLI:NL:CRVB:2018:3966
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WGA-vervolguitkering bij arbeidsongeschiktheid van 45-55%
Appellant, voormalig ijzerwerker, heeft een WGA-vervolguitkering aangevraagd wegens arbeidsongeschiktheid vastgesteld op 45 tot 55%. Het UWV heeft dit vastgesteld en het bezwaar van appellant ongegrond verklaard. De rechtbank Rotterdam heeft dit besluit bekrachtigd.
In hoger beroep voert appellant aan dat zijn psychische klachten zijn onderschat en dat de geselecteerde functies niet passend zijn vanwege onvoldoende opleiding. Hij overlegt een rapport van artsen van De Landelijke Expertisebalie en een arbeidsdeskundig rapport ter onderbouwing.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de medische beoordeling door de verzekeringsarts en de arbeidsdeskundige zorgvuldig en gemotiveerd is. Het rapport van Schuler geeft geen reden tot twijfel over de vastgestelde beperkingen rond de datum in geding. Ook is het opleidingsniveau van appellant voldoende voor de geselecteerde functies.
Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd aan het UWV.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de WGA-vervolguitkering terecht is vastgesteld op een arbeidsongeschiktheid van 45 tot 55%.