ECLI:NL:CRVB:2018:3958
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen recht op kinderbijslag wegens ontbreken verzekering op grond van artikel 26 KB 746
Appellante, woonachtig in Marokko, heeft kinderbijslag aangevraagd voor haar dochter geboren in 1999. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) heeft deze aanvraag geweigerd omdat appellante op de peildatum niet verzekerd was voor de Algemene Kinderbijslagwet (AKW) en geen recht had op kinderbijslag over het vierde kwartaal van 1999.
De rechtbank Amsterdam heeft het beroep van appellante ongegrond verklaard en geoordeeld dat zij niet onder het overgangsrecht van artikel 27 van Pro het Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringen 1999 (KB 746) valt. Ook het beroep op bijzondere hardheid werd verworpen.
In hoger beroep voerde appellante aan dat het volgen van onderwijs door haar dochter in Marokko recht op kinderbijslag zou geven. De Raad oordeelde dat dit niet relevant is voor de verzekeringsvraag. Omdat appellante nimmer verzekerd is geweest op grond van artikel 26 van Pro KB 746 en haar dochter vóór 31 december 1999 is geboren, kan zij geen aanspraak maken op kinderbijslag op grond van artikel 7c van de AKW.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de eerdere uitspraak en wijst het hoger beroep af. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het recht op kinderbijslag wordt ontzegd wegens het ontbreken van verzekering op grond van artikel 26 KB 746.