ECLI:NL:CRVB:2018:3955
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering na zorgvuldig verzekeringsgeneeskundig onderzoek bevestigd
Appellant, laatstelijk werkzaam als accountmanager, meldde zich ziek met hartklachten en ontving een Ziektewetuitkering. Na een eerstejaars beoordeling stelde een verzekeringsarts beperkingen vast in een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) en een arbeidsdeskundige selecteerde passende functies waarmee appellant nog 72,64% van zijn maatmaninkomen kon verdienen. Het UWV besloot daarom de uitkering te beëindigen.
Appellant maakte bezwaar en stelde dat het medisch onderzoek onvoldoende zorgvuldig was en dat hij niet in staat was 65% van zijn loon te verdienen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was en de geselecteerde functies passend.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, met inachtneming van medisch dossier en hoorzitting. De beperkingen in de FML waren adequaat vastgesteld, ook rekening houdend met psychische klachten en medicatie. De functies waren medisch geschikt, ondanks het gebruik van bloedverdunners. Het hoger beroep faalde en de beëindiging van de Ziektewetuitkering bleef in stand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewetuitkering na zorgvuldig onderzoek.