ECLI:NL:CRVB:2018:3947
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WGA-loonaanvullingsuitkering na zorgvuldige medische herbeoordeling bevestigd
Appellante was sinds 2010 ziek gemeld en ontving een WGA-loonaanvullingsuitkering vanaf eind 2012. Het UWV beëindigde deze uitkering per 9 juni 2015 na een medische en arbeidskundige herbeoordeling waarin werd vastgesteld dat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedroeg.
De rechtbank Gelderland verklaarde het beroep van appellante tegen deze beslissing ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de vastgestelde belastbaarheid en geschiktheid van geselecteerde functies juist waren. Appellante voerde in hoger beroep aan dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was en dat haar beperkingen onjuist waren vastgesteld, onder meer vanwege oogklachten, rugproblemen en vermoeidheid.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef de overwegingen van de rechtbank volledig. Nieuwe medische stukken die appellante overlegde hadden geen betrekking op de situatie op de datum in geding en boden geen aanleiding tot een andere beoordeling. Ook de geschiktheid van de geselecteerde functies werd bevestigd, mede doordat de arbeidsdeskundige overleg had gevoerd met de verzekeringsarts.
De Raad concludeerde dat het hoger beroep niet slaagt en bevestigde de aangevallen uitspraak. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de WGA-loonaanvullingsuitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.