ECLI:NL:CRVB:2018:3903
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkverklaring bezwaar wegens termijnoverschrijding bij AOW-premie
Appellant werd door de Sociale verzekeringsbank (Svb) op 1 februari 2017 schuldig nalatig verklaard voor het niet betalen van AOW-premie over de periode januari tot juli 1993. Het besluit werd verzonden naar het laatst bij de Svb bekende adres in Duitsland, terwijl appellant reeds op 1 oktober 2016 naar België was verhuisd, maar dit pas op 28 augustus 2017 aan de Svb doorgaf.
Het bezwaar van appellant tegen dit besluit werd pas op 26 oktober 2017 ingediend, ruim na de wettelijke termijn van zes weken. De Svb verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding, een beslissing die door de rechtbank werd bevestigd.
In hoger beroep voerde appellant inhoudelijke gronden aan, maar de Raad oordeelde dat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk werd verklaard omdat het besluit op correcte wijze bekend was gemaakt door verzending naar het laatst bekende adres en er geen verschoonbare reden voor de late indiening was. De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraak en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de schuldigverklaring AOW-premie is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn zonder verschoonbare reden.