ECLI:NL:CRVB:2018:3886
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging WGA-vervolguitkering na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellant, werkzaam als schoonmaker, meldde zich ziek met lichamelijke en psychische klachten. Het UWV kende hem een loongerelateerde WGA-uitkering toe met een arbeidsongeschiktheid van 75,56%. Later werd de uitkering beëindigd en omgezet in een WGA-vervolguitkering met een arbeidsongeschiktheid van 65-80%, welke op 6 april 2016 werd beëindigd.
Appellant maakte bezwaar tegen deze beëindiging en voerde aan dat zijn psychische klachten meer beperkingen rechtvaardigden. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de geselecteerde voorbeeldfuncties medisch geschikt waren.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunt en leverde nadere medische informatie aan. De Raad concludeerde dat deze informatie geen aanleiding gaf tot twijfel aan de medische beoordeling en bevestigde het oordeel van de rechtbank. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de WGA-vervolguitkering per 6 april 2016 en wijst het verzoek om schadevergoeding af.