ECLI:NL:CRVB:2018:3863
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens onduidelijke financiële situatie voorafgaand aan aanvraag
Appellant diende meerdere aanvragen in voor bijstand op grond van de Wet werk en bijstand en de Participatiewet, waarvan eerdere afwijzingen onherroepelijk waren verklaard. Bij een aanvraag in november 2015 leverde appellant onvoldoende inzicht in zijn financiële situatie voorafgaand aan de aanvraag, ondanks het aanleveren van enkele verklaringen van familieleden en buurtbewoners.
Het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven wees de aanvraag af wegens schending van de inlichtingenverplichting, omdat de verstrekte gegevens onvoldoende duidelijkheid boden over de wijze waarop appellant in zijn levensonderhoud voorzag. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond, stellende dat de verklaringen onvoldoende bewijswaarde hadden en appellant onvoldoende onderbouwing gaf over zijn kosten.
In hoger beroep betoogde appellant dat het college later toch bijstand had toegekend op basis van dezelfde gegevens. De Raad overwoog dat de financiële situatie in de periode voorafgaand aan de aanvraag essentieel is en dat het college bevoegd is om gegevens over die periode te vragen. De latere toekenning van bijstand vanwege verslechterde gezondheid betekent niet dat de financiële situatie in de eerdere periode duidelijk was.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van de bijstandsaanvraag wordt bevestigd.