ECLI:NL:CRVB:2018:3840
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijstandsaanvraag wegens onvoldoende financiële onderbouwing
Appellant had een bijstandsaanvraag ingediend die door het college van burgemeester en wethouders van Den Haag werd afgewezen vanwege onduidelijkheid over zijn financiële situatie voorafgaand aan de aanvraag.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond omdat hij niet voldoende inzicht gaf in zijn inkomsten en uitgaven in de periode oktober 2015 tot en met maart 2016. Appellant stelde dat hij leefde van leningen van zijn broer en onbetaalde rekeningen, maar kon dit niet objectief onderbouwen.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn stellingen, ondersteund door verklaringen van zijn broer en betalingsherinneringen. De Raad oordeelde dat deze verklaringen niet voldoende waren omdat ze niet ondersteund werden door objectieve en verifieerbare gegevens, en bevestigde daarmee het oordeel van de rechtbank.
De Centrale Raad van Beroep wees het hoger beroep af en bevestigde de afwijzing van de bijstandsaanvraag. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de bijstandsaanvraag bevestigd.