ECLI:NL:CRVB:2018:3817
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WIA-uitkering wegens geschiktheid voor geselecteerde functies bevestigd
Appellant was werkzaam als [functie] en meldde zich ziek vanwege psychische klachten en linkerschouderklachten. Het UWV stelde vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was en geschikt werd geacht voor enkele functies binnen de WIA. Na een nieuwe ziekmelding en onderzoek door een verzekeringsarts werd bevestigd dat appellant niet arbeidsongeschikt was voor de geselecteerde functies.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, maar het UWV verklaarde dit ongegrond. De rechtbank Limburg bevestigde dit oordeel, waarbij medische gegevens en rapportages werden beoordeeld. Nieuwe medische brieven over linkerschouderklachten en psychische belastbaarheid werden in hoger beroep ingebracht, maar de Raad oordeelde dat deze gegevens na de datum in geding waren en geen aanleiding gaven tot herziening.
De Raad concludeerde dat appellant op de datum in kwestie geschikt was voor ten minste één van de geselecteerde functies en dat het UWV het besluit tot beëindiging van de WIA-uitkering terecht had genomen. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de WIA-uitkering terecht is beëindigd omdat appellant geschikt is voor ten minste één van de geselecteerde functies.