ECLI:NL:CRVB:2018:3804
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag bijstand wegens onvoldoende financiële onderbouwing
Appellanten deden een aanvraag om bijstand naar de norm voor gehuwden nadat appellant zich had ingeschreven op het adres van appellante. Het college wees de aanvraag af omdat niet aannemelijk was gemaakt hoe appellant in de periode voorafgaand aan de aanvraag in zijn levensonderhoud had voorzien.
Appellanten stelden in hoger beroep dat zij alles hadden gedaan om aan te tonen dat zij bijstandbehoevend waren, waaronder het overleggen van bankafschriften en verklaringen van familieleden over leningen en giften. De Raad oordeelde echter dat deze verklaringen grotendeels niet ondersteund werden door objectieve en verifieerbare bewijsstukken zoals bankgegevens. Bovendien betroffen sommige verklaringen perioden na de aanvraag en waren de verstrekte gegevens onvoldoende om inzicht te geven in de financiële situatie voorafgaand aan de aanvraag.
De Raad benadrukte dat de aanvrager gehouden is volledige en duidelijke informatie te verstrekken over zijn financiële situatie en dat het niet voldoen aan deze inlichtingenverplichting een geldige grond is voor weigering van bijstand. Gezien het ontbreken van voldoende bewijs bevestigde de Raad de eerdere uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De afwijzing van de bijstandsaanvraag wordt bevestigd wegens onvoldoende onderbouwing van de financiële situatie voorafgaand aan de aanvraag.