Uitspraak
17.3749 PW
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.
Centrale Raad van Beroep
Appellant diende op 12 november 2015 een aanvraag om bijstand in bij het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam. Het college vroeg meerdere malen om aanvullende gegevens over zijn financiële situatie, maar vond de verstrekte informatie onvoldoende om het recht op bijstand vast te stellen. Op 1 maart 2016 wees het college de aanvraag af en verklaarde het bezwaar ongegrond.
De rechtbank Rotterdam bevestigde deze afwijzing, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep. Tijdens het onderzoek ter zitting gaf appellant aan geen inkomsten te hebben gehad in de drie jaar voorafgaand aan de aanvraag en bij zijn ouders te wonen. Hij verklaarde dat de bankrekening op zijn naam feitelijk door zijn vriendin werd gebruikt.
De Raad oordeelde dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt hoe hij in zijn levensonderhoud voorzag. Zijn verklaringen werden niet ondersteund door objectieve gegevens en gaven geen duidelijkheid over de aard en het doel van de geldstromen op zijn bankrekening. Hierdoor kon het recht op bijstand niet worden vastgesteld. Het hoger beroep werd afgewezen en het verzoek tot vergoeding van schade werd eveneens geweigerd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de bijstandsaanvraag bevestigd.