ECLI:NL:CRVB:2018:3772
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek herziening erkenning oorlogsgetroffene Wubo wegens ontbreken objectieve bevestiging
Appellant heeft herhaaldelijk verzocht om erkenning als oorlogsgetroffene op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (Wubo). Verweerder heeft deze aanvragen telkens afgewezen omdat onvoldoende is aangetoond dat appellant persoonlijk en direct betrokken was bij oorlogsgeweld.
In eerdere besluiten en procedures, waaronder een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep in 2011, is vastgesteld dat de eigen verklaring van appellant onvoldoende is zonder objectieve bevestiging. Ook het recente herzieningsverzoek bevat geen nieuwe feiten of gegevens die aanleiding geven tot herziening.
De Raad stelt vast dat appellant geen bewijs heeft geleverd van een vlucht onder levensbedreigende omstandigheden, noch van directe betrokkenheid bij beschietingen. De verklaring van de vader van appellant ondersteunt dit niet. De Raad benadrukt dat erkenning als oorlogsgetroffene vereist dat er meer is dan alleen een eigen verklaring.
De afwijzing van het herzieningsverzoek blijft daarom in stand en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening van de afwijzing van erkenning als oorlogsgetroffene wordt afgewezen wegens gebrek aan objectieve bevestiging.