ECLI:NL:CRVB:2018:3760
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boetes wegens niet afsluiten zorgverzekering ondanks bezwaar
Appellante kreeg van het CAK meerdere boetes opgelegd omdat zij geen zorgverzekering had afgesloten, ondanks aanmaningen en waarschuwingen. De rechtbank Gelderland verklaarde haar beroepen tegen deze boetes ongegrond, waarbij werd bevestigd dat de zorgverzekeringsplicht niet in strijd is met nationale of internationale rechtsregels.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij niet gedwongen mag worden een zorgverzekering af te sluiten, omdat dit inbreuk maakt op haar persoonlijke levenssfeer, eigendomsrecht en contractsvrijheid. Tevens stelde zij dat het systeem staatssteun betreft en dat zij niet strafbaar is, met een beroep op overmacht.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank en verwierp de bezwaren van appellante. De Raad overwoog dat de Zorgverzekeringswet en het Burgerlijk Wetboek gelijkwaardige wetten zijn en dat de inperking van contractsvrijheid bewust is meegewogen. Verzoeken om prejudiciële vragen aan de Hoge Raad of het Hof van Justitie van de EU werden afgewezen. Ook het bezwaar tegen dubbele griffierechten faalde.
De Raad bevestigde de bestreden uitspraak en wees het hoger beroep van appellante af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de boetes wegens het niet afsluiten van een zorgverzekering en wijst het hoger beroep af.