Uitspraak
16.7313 WMO15
27 oktober 2016, 16/1038 (aangevallen uitspraak)
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellante, bekend met schizofrenie en een afhankelijke persoonlijkheid, ontving huishoudelijke hulp en begeleiding via een pgb dat zij gebruikte om haar ouders te betalen. Het college kende haar aanvankelijk een pgb toe voor zes maanden, waarna een vervolgvoorziening in de vorm van zorg in natura werd toegekend en het pgb-verzoek werd afgewezen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat het college voldoende heeft onderbouwd dat een pgb geen passende ondersteuning biedt. Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij vooruitgang had geboekt en geen vertrouwen had in zorg in natura.
De Raad oordeelt dat uit het overgelegde dagboekje en de zitting niet blijkt dat de zelfstandigheid van appellante op gebieden als dagbesteding buitenshuis en gestructureerd huishouden is toegenomen. Slechte ervaringen met zorg in natura geven geen aanleiding tot verstrekking van een pgb.
Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van het pgb-verzoek en handhaaft de voorziening in de vorm van zorg in natura.