Uitspraak
15.2781 WIA
)en uitspraak op het verzoek om veroordeling tot vergoeding van (rente)schade
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van wettelijke rente af.
Centrale Raad van Beroep
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV waarin werd vastgesteld dat hij geen recht heeft op een WIA-uitkering omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt is. Na een ziekmelding in 2007 hervatte appellant zijn werk, maar meldde zich in 2012 opnieuw ziek vanwege toegenomen klachten. Het UWV weigerde de uitkering in 2014, wat ook in bezwaar en bij de rechtbank werd bevestigd.
In hoger beroep voerde appellant aan dat er sprake was van een depressie en fibromyalgie, met beperkingen die niet juist waren meegenomen. Hij verzocht om een onafhankelijke deskundige. De Raad benoemde een deskundige die op basis van onderzoek en dossierstudie concludeerde dat de beperkingen passend waren en de klachtenbeleving niet volledig verklaard kon worden door de medische afwijkingen.
De arbeidsdeskundige motiveerde uitgebreid waarom appellant geschikt was voor bepaalde functies, wat voldoende onderbouwd was. De Raad oordeelde dat het deskundigenrapport overtuigend was en de rechtbank het besluit van het UWV terecht had bevestigd. Het hoger beroep werd afgewezen en het verzoek om vergoeding van wettelijke rente werd geweigerd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit van het UWV dat appellant geen recht heeft op een WIA-uitkering wordt bevestigd.