ECLI:NL:CRVB:2018:3712
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek om kwijtschelding bijstandsschuld wegens ontbreken dringende redenen
Appellante verzocht om kwijtschelding van een teruggevorderde bijstandsschuld over de periode van 28 december 2009 tot en met 30 april 2011. Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam wees dit verzoek af, waarna de rechtbank dit besluit bevestigde.
Appellante voerde aan dat bezwaar tegen het oorspronkelijke besluit niet was behandeld en dat er dringende redenen waren vanwege haar persoonlijke omstandigheden, waaronder gezondheidsproblemen en psychische klachten door financiële stress. De Raad oordeelde echter dat het bezwaar de werking van het besluit niet schorst en dat appellante onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat haar klachten het gevolg waren van de terugvordering.
De Raad benadrukte dat dringende redenen alleen kunnen worden aangenomen bij onaanvaardbare sociale of financiële gevolgen die bijzonder en uitzonderlijk zijn. Ook wees de Raad op de bescherming van de beslagvrije voet bij de tenuitvoerlegging van de terugvordering.
Gelet op het ontbreken van bijzondere omstandigheden en het niet aannemelijk maken van dringende redenen, werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek om kwijtschelding bevestigd.
Uitkomst: Het verzoek om kwijtschelding van de teruggevorderde bijstandsschuld wordt afgewezen en het bestreden besluit wordt bevestigd.