ECLI:NL:CRVB:2018:3711
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand wegens niet tijdige aanvraag onder buitenwettelijk begunstigend beleid
Appellanten dienden op 20 mei 2016 een aanvraag in voor bijzondere bijstand op grond van de Participatiewet voor kosten van eigen bijdrage rechtsbijstand en griffierecht uit procedures in 2014 en 2015. Het college wees de aanvraag af omdat deze niet binnen de acht weken na het opkomen van de kosten was ingediend, conform het buitenwettelijk begunstigend beleid.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond. Appellanten voerden aan dat bijzondere omstandigheden, waaronder medische beperkingen en een te grote belasting voor hun gemachtigde, hen verhinderden tijdig te verzoeken. De Raad oordeelde dat de medische situatie niet zodanig was dat appellanten niet binnen de termijn een aanvraag konden indienen of een derde konden inschakelen.
Daarnaast bleek uit het voeren van andere procedures en aanvragen dat appellanten wel in staat waren zich te verweren en verzoeken te doen. De bewering dat het tijdig indienen een te grote belasting voor de gemachtigde was, werd als risico van appellanten beschouwd.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard, waardoor de afwijzing van de aanvraag om bijzondere bijstand in stand blijft. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag om bijzondere bijstand wegens niet tijdige indiening wordt bevestigd.