ECLI:NL:CRVB:2018:3709
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep verklaart zich onbevoegd in hoger beroep Wet kinderopvang
De zaak betreft een hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland inzake de afwijzing van een aanvraag om tegemoetkoming op grond van artikel 1.13 van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen (Wkkp) in verbinding met de Beleidsregel vergoeding kosten kinderopvang Utrecht 2013.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat zij niet bevoegd is om kennis te nemen van dit hoger beroep. Dit volgt uit de Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraak bij de Algemene wet bestuursrecht (Awb), waarin is bepaald dat hoger beroep tegen een dergelijke uitspraak moet worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, tenzij een andere rechter bevoegd is. In dit geval is dat niet zo.
Hoewel de rechtbank het besluit kwalificeerde als een afwijzing van een aanvraag om bijzondere bijstand op grond van de Participatiewet, verandert dit niets aan de bevoegdheid van de Centrale Raad van Beroep. Daarom wordt het hoger beroepschrift doorgezonden naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 13 november 2018, met griffier A.M. Pasmans en voorzitter J.J.A. Kooijman.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep verklaart zich onbevoegd en zendt het hoger beroep door naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.