ECLI:NL:CRVB:2018:3691
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WGA-uitkering en Functionele Mogelijkhedenlijst na NAH-beperkingen
Appellante, laatstelijk werkzaam als [functie] voor 20 uur per week, liep in april 2011 een whiplashtrauma op na een val. Na een periode van arbeidsongeschiktheid hervatte zij haar werkzaamheden gedeeltelijk, maar viel in februari 2013 opnieuw uit. Het UWV stelde in juni 2015 vast dat zij recht had op een WGA-uitkering met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 50,20%. Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, dat in februari 2016 ongegrond werd verklaard. De rechtbank bevestigde dit oordeel in juli 2016.
In hoger beroep voerde appellante aan dat zij door niet aangeboren hersenletsel (NAH) ernstige beperkingen ondervindt, waaronder overprikkeling en vermoeidheid, waardoor zij niet meer dan twee uur per dag kan werken. Zij betwistte de urenbeperking van 20 uur per week en de geschiktheid van de geduide functies. Het UWV handhaafde haar standpunt en stelde dat de medische onderzoeken en arbeidsdeskundige rapporten de beperkingen juist weergeven.
De Raad oordeelde dat de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) zorgvuldig en juist is opgesteld, waarbij rekening is gehouden met de beperkingen door NAH, zoals woordvindingsproblemen, vermoeidheid en overgevoeligheid voor prikkels. De urenbeperking van 20 uur per week is passend en er zijn geen objectieve medische gronden om een verdere beperking aan te nemen. De geduide functies zijn passend binnen de belastbaarheid van appellante. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.