ECLI:NL:CRVB:2018:3675
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WGA-loonaanvullingsuitkering na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellante was werkzaam als verzorgende en meldde zich ziek wegens gewrichts- en psychische klachten. Het UWV kende haar een WGA-uitkering toe met een arbeidsongeschiktheid van 80-100%. Na een medische herbeoordeling trok het UWV de uitkering per 13 april 2016 in wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 35%.
Appellante maakte bezwaar tegen deze intrekking, maar het UWV verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank Den Haag oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, waarbij alle relevante medische informatie was betrokken. De rechtbank vond geen aanleiding om meer beperkingen aan te nemen dan vastgesteld.
In hoger beroep handhaafde appellante haar standpunt dat het onderzoek onvoldoende zorgvuldig was, met name vanwege artrose aan haar handen. De Centrale Raad van Beroep onderschreef echter de overwegingen van de rechtbank, stelde dat het onderzoek zorgvuldig was en dat appellante geen nieuwe medische informatie had aangeleverd die tot een ander oordeel zou leiden.
De Raad bevestigde de intrekking van de uitkering en wees het verzoek om schadevergoeding af. Tevens werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit tot intrekking van de WGA-loonaanvullingsuitkering wordt bevestigd.