ECLI:NL:CRVB:2018:3674
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging loongerelateerde WGA-uitkering met juiste mate van arbeidsongeschiktheid
Appellant, die sinds een auto-ongeluk in 1985 neurologische klachten heeft, heeft sinds 2013 ziekte gemeld en een WIA-uitkering aangevraagd. Het UWV stelde aanvankelijk vast dat appellant geen recht had op een uitkering, maar wijzigde dit later naar een loongerelateerde WGA-uitkering met een arbeidsongeschiktheid van 35 tot 80%.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het oorspronkelijke besluit niet-ontvankelijk en het beroep tegen het gewijzigde besluit ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en de functionele mogelijkheden correct waren vastgesteld. Appellant voerde in hoger beroep aan dat niet al zijn klachten waren meegenomen en dat de motivering onvoldoende was.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef de rechtbank en voegde toe dat het medisch onderzoek adequaat was, ook gezien de onderzoeken op verschillende data binnen de Ziektewet en WIA. De arbeidsdeskundige had voldoende gemotiveerd dat de geselecteerde functies de belastbaarheid van appellant niet overschrijden, rekening houdend met beperkingen zoals het gebruik van slechts drie vingers van de rechterhand.
De Raad concludeerde dat het hoger beroep niet slaagt en bevestigde het bestreden besluit. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het betaalde griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het gewijzigde besluit van het UWV wordt bevestigd.