ECLI:NL:CRVB:2018:3640
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellante, voormalig pedagogisch medewerkster, vroeg een WIA-uitkering aan wegens artrose en vermeende toegenomen arbeidsongeschiktheid. Het UWV stelde vast dat haar arbeidsongeschiktheid onder de vereiste grens bleef, waarna bezwaar en beroep werden afgewezen. De rechtbank oordeelde dat het medisch oordeel zorgvuldig en voldoende gemotiveerd was, met inachtneming van de functionele beperkingen en benodigde rustpauzes.
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar knijpkracht laag normaal was en dat de urenbeperking onvoldoende was gemotiveerd. De Raad liet een aanvullende bevraging van de behandelend reumatoloog plaatsvinden, maar deze kon geen extra beperkingen bevestigen. De medische rapporten en observaties van de verzekeringsarts wezen niet op zwaardere beperkingen.
De Raad concludeerde dat het UWV zorgvuldig onderzoek had verricht, dat de medische grondslag toereikend was en dat de geselecteerde functies medisch passend waren. Er was geen aanleiding tot het benoemen van een onafhankelijk medisch deskundige. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de WIA-uitkering terecht is geweigerd wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.