ECLI:NL:CRVB:2018:3632
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens niet-inschrijving MBO-opleiding
Appellant kreeg bijstand die door het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam werd opgeschort en vervolgens ingetrokken omdat hij zich niet inschreef voor een opleiding op niveau MBO 1 of 2, zoals hem was opgelegd. Appellant maakte bezwaar tegen deze besluiten, maar het college verklaarde deze ongegrond. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant gegrond en vernietigde het besluit van 7 juli 2015.
Het college nam daarop een nieuw besluit waarin de bezwaren opnieuw ongegrond werden verklaard, met als grondslag artikel 13, tweede lid, aanhef en onder c, van de Participatiewet. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. Appellant voerde aan dat hij niet opnieuw was gehoord en dat zijn persoonlijke omstandigheden en mogelijkheden niet juist waren meegewogen, met name dat een opleiding op niveau MBO 3 voor hem passend zou zijn.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het college niet verplicht was appellant opnieuw te horen omdat het besluit een herhaling was van het eerdere besluit met nadere onderbouwing. Ook werd geoordeeld dat het opleidingsniveau niet relevant was, aangezien zowel MBO 1 en 2 als MBO 3 onder de wettelijke regeling vallen en appellant zich dus mocht laten inschrijven bij een opleiding op een van deze niveaus.
De intrekking van de bijstand blijft daarmee in stand en de eerdere uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wordt bevestigd omdat appellant zich niet inschreef voor een MBO-opleiding zoals vereist.